Voetbalconditie: "kijk niet naar het gemiddelde maar naar het individu"

18 May

Conditie Trainer | Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: ARCHIEF SC HEERENVEEN


Onlangs vertelde Jelmer Siemons over het gebrek aan kennis van trainers als het gaat om de fysieke gesteldheid van spelers. “Deze keer kijken we naar de mogelijkheden om spelers beter te maken aan de hand van fysieke ontwikkelingen. Het individu staat hierbij centraal en door specifieke voetbalvormen kunnen spelers beter worden. Daarnaast mogen voetballers best wel wat harder worden aangepakt.”

“Ik zie vaak dat trainers kijken naar het gemiddelde. Dat houdt dus in dat veel spelers niet de prikkel krijgen die zij eigenlijk nodig hebben om fysiek gezien stappen te maken, ongeacht het niveau. Een trainingsprikkel kan voor een paar spelers een prima belasting (overload) zijn, voor een enkeling te zwaar (overbelasting), maar voor een grote groep te licht (underload) zijn”
“Daarom ben ik voorstander van aanvullende belasting indien de speler dit fysiek gezien aankan. Enerzijds omdat het allemaal wel wat harder mag in Nederland, omdat we achter lopen ten aanzien van veel andere landen. Anderzijds om zo spelers individueel beter te maken door middel van specifieke voetbalvormen.”

“Kijk niet naar het gemiddelde, maar naar het individu”

Fysieke achterstand
“De tendens in Nederland baart me eerlijk gezegd wel wat zorgen. De vraag is natuurlijk waar we voor opleiden, maar de tijd dat we ons op tactisch en technisch gebied konden onderscheiden van heel veel andere landen is al even voorbij. Ook zij hebben kennis vergaard en wij worden dus op andere vlakken erg uitgedaagd. Ik doel natuurlijk op de fysieke gesteldheid en dan vooral de ontwikkeling daarvan. Bij bijna alle clubs in Nederland wordt het gemiddelde niveau als uitgangspunt genomen en is het niet raar dat zoveel Nederlandse voetballers in Engeland niet slagen. Ze zijn er fysiek gezien gewoon niet klaar voor. Ondanks dat kwaliteit altijd boven kwantiteit gaat, opper ik wel om af te stappen van pappen en nathouden en hogere eisen te stellen aan de fysieke gesteldheid van spelers en niet zo snel bang te zijn voor blessures.”

Premier League
De grote talenten in Nederland die de stap maken naar de Engelse Premier League schrikken zich in hun eerste jaar vaak een hoedje. Zonder over de kwaliteit van het voetbal te oordelen ligt de intensiteit ontzettend hoog. Waarom is dat verschil zo groot?

“Dat heeft met verschillende dingen te maken. Allereerst ligt het niveau hoger, waardoor je meer wedstrijden in een hogere intensiteit speelt. Spelers moeten bijvoorbeeld meer energie steken in vrijlopen en dat ook langer volhouden. Vroeger werd er ook in een hoog tempo gevoetbald, maar werd dit veel minder lang volgehouden. Hierdoor konden Nederlandse ploegen of het Nederlands Elftal zich meten met deze tegenstander(s). Die tijd is voorbij, dus is het niet onverstandig dat de aandacht in Nederland de komende jaren niet alleen uitgaat naar de ‘Hollandse School’ (tactisch/technisch), maar dat we ook spelers opleiden die in staat zijn om twee of drie keer in de week een wedstrijd op een ontzettend hoog tempo te kunnen spelen zonder geblesseerd te raken.”

Het gemiddelde
Zowel bij de trainerscursussen van de KNVB als bij veel clubs, op amateur- en betaald voetbalniveau, wordt er uitgegaan van de Verheijen-methode. Aan de hand van een periodiseringsmodel maken voetballers geleidelijk stappen als het gaat om de voetbalconditie. Er moet uiteraard rekening worden gehouden met spelers die geblesseerd zijn geweest, van een lager niveau komen, of jonger zijn, om te voorkomen dat zij geblesseerd raken. Om dit gemakkelijk op te lossen spelen zij minder partijvormen mee of minder lang.

Aan de andere kant zijn er de spelers die het gemiddelde niveau gemakkelijk aan kunnen en weinig uitgedaagd worden, terwijl deze spelers juist een conditionele prikkel moeten krijgen. Zij zouden apart nog wat moeten doen, maar hoe initieer je dat als trainer?
“Ik ben absoluut geen tegenstander als het gaat om het periodiseringsmodel van Verheijen, maar de theorie is natuurlijk iets anders dan de praktijk. Spelers moeten fysiek sterker worden, anders stelt het Nederlandse voetbal over een aantal jaren helemaal niks meer voor in de wereld en moet de nummer twee van de Eredivisie straks een voorronde spelen om zich te kwalificeren voor de groepsfase van de Europa League.”
“Dat houdt in dat spelers tijdens de partijvormen allemaal moeten worden uitgedaagd. Is dit niet het geval, dan moet er individueel een stap worden gemaakt. Het gemiddelde nemen om te bepalen waar de groep aan toe is, is niet genoeg. Dan blijven we dus ook gemiddeld en dat willen in een topsportland als Nederland toch niet?
Er zal dus naar het individu gekeken moeten worden en van daaruit moet een plan worden uitgeschreven. Wat heeft een speler nodig en wat krijgt hij daarvan tijdens de training en wat moet hij voor of na een training nog doen? Dat zijn interessante vragen en ik zal een aantal voorbeelden geven.”

“We moeten spelers op gaan leiden die twee of drie wedstrijden per week kunnen spelen zonder blessures”

Snelheid verbeteren
De aanvullende belasting die je een speler kan geven kan te maken hebben met de component snelheid. De belangrijkste vraag is natuurlijk om welke snelheid het gaat. Is een speler vaak trager weg dan zijn tegenstander (startsnelheid), wordt hij na 20 meter vaak ingehaald of reageert hij vaak langzaam. Vervolgens moet een trainer of een looptrainer in kaart brengen hoe hij dit gaat trainen en dus gaat verbeteren.

Het is belangrijk dat alles wat je wilt gaan trainen betrekt op voetbal. Ik zal een voorbeeld geven als het gaat om de reactiesnelheid van een speler. Als dit aspect getraind moet worden kiezen veel trainers ervoor om een speler op een fluitsignaal van A naar B te laten sprinten. Eigenlijk heel vreemd, want bij voetbal gaat het vooral om het zicht van een speler. Hij moet reageren op de positie van de bal, de loopactie van zijn medespeler en de reactie van een tegenstander. Dat heeft niks met geluid te maken.”

“Laat spelers daarom tijdens een voetbalspecifieke vorm trainen op hun reactiesnelheid. Twee spelers naast elkaar die naar de bal sprinten, nadat een derde speler de bal heeft gespeeld. Wie het eerste bij de bal is, kan afwerken op een groot doel met een doelman en de andere wordt de verdediger. Als je kijkt naar de explosiviteit dan zie je ook vaak simpele sprints zonder weerstand. Laat spelers ook omhoog springen, terug sprinten en afremmen. Onderdelen die heel de tijd terugkeren tijdens een voetbalwedstrijd. Je maakt spelers niet per definitie veel sterker, maar het worden wel betere voetballers die leren anticiperen op voetbalsituaties.”

Uithoudingsvermogen
Als je drie of vier keer per week hardloopt en geleidelijk de afstand of de snelheid vergroot, ben je, mits je verder gezond bent, in staat om uiteindelijk een marathon te lopen. Laat je vervolgens een marathonloper een uurtje meetrainen tijdens een klein partijspel, dan is het nog maar de vraag of hij het volhoudt.

Volgens Siemons is dat niet zo gek: ”Voetbal is een intervalsport. Versnellen, afremmen, keren, wandelen, springen, vallen, opstaan, zijwaarts bewegen en ga zo maar door. Elke beweging is anders en elke beweging is op een ander tempo en volgt elkaar in rap tempo op. Het uithoudingsvermogen is, zoals bijna bij elke sport, ontzettend belangrijk, maar voetbaltrainers moeten wel weten hoe ze dit vermogen kunnen trainen.”

“Je moet hierbij goed bedenken wat een dergelijke oefening met het lichaam doet. Of beter gezegd: wat doet het met het energiesysteem. Je kan een geweldig parcours uitzetten, met dribbelen, kappen, draaien, versnellen, springen en uiteindelijk afronden na een één tegen één situatie, zoals Guardiola vaak doet, maar als je niet weet wat die oefening met het lichaam doet, ben je misschien wel averechts bezig. Ik begrijp dat trainers hier niet enorm veel van afweten, maar als een inspanning op 100% langer dan tien seconden duurt dan gaat het melkzuursysteem een belangrijke rol spelen. Daar is niks mis mee, maar als je dat systeem wilt trainen, zal je ook moeten beseffen dat spelers genoeg tijd moeten krijgen om te herstellen tussen de oefeningen.

Dus een tip die ik aan trainers wil geven: verdiep je in de energiesystemen, zodat je weet welke prikkel zorgt voor welk resultaat en wat vooral niet werkt.”

Kwaliteit boven kwantiteit
Jelmer Siemons is absoluut voorstander van het uitgangspunt ‘kwaliteit boven kwantiteit’ en doelt hierbij vooral op het specificeren van de voetbalconditie. Volgens de voormalig conditietrainer van SC Heerenveen is het namelijk niet zo dat je van harder en vaker trainen ook per definitie sterker wordt en daarmee de stap naar de concurrerende landen die ons op dat gebied aftroeven kleiner maakt. Het gaat hem vooral om de inhoud ervan.

“Het verbeteren van de reactiesnelheid of de snelheid over grotere afstand en het in kaart brengen van de energiesystemen die je wilt trainen en hoe je die gaat trainen, komt misschien niet over als de oplossing voor het terugbrengen van de fysieke verschillen tussen Nederland ten opzichte van veel andere landen.”
“Toch kunnen we met aanvullende belasting en gerichte belasting tijdens de groepstraining spelers stappen laten maken in hun fysieke ontwikkeling. Ga je met individuele spelers aan de gang en zorg je tijdens specifieke voetbalvormen die ze vaak nog leuk vinden ook, dat spelers kunnen werken aan hun fysiek, dan behaal je veel meer winst dan wanneer je in plaats van vier keer ineens acht keer per week gaat trainen of drie keer per week zonder interval in het bos gaat lopen. Hou het specifiek, dan boek je de meeste winst.”  

“Gebruik voetbal specifieke vormen om fysiek stappen te maken”

Begin al in de jeugd
Veel clubs hebben een beleidsplan. Een houvast voor trainers waarin vaak principes zijn vastgesteld hoe de club graag wil spelen. Het vormt uiteindelijk een identiteit, maar helaas vaak alleen gericht op de manier van voetballen. Siemons is voorstander van een uitbreiding van dit plan. “Ik vind het goed dat ploegen op een bepaalde manier willen voetballen en dit ook trainbaar willen maken. Wat ik wel jammer vind is dat kracht- of stabiliteitstraining vaak nauwelijks of helemaal niet voorkomt in dit plan. Andere landen doen dit wel en ontwikkelen zich dus op het gebied van het fysieke aspect sneller dan de spelers in Nederland. Uiteraard moet het gericht zijn op het individu en moeten we rekening houden met de biologische leeftijd en een groeispurt, maar clubs: schrijf een plan uit voor de komende jaren en denk niet alleen aan de manier van voetballen.

“Neem de krachttraining op in het beleidsplan!”

Lichaam monitoren
“Veel clubs hebben natuurlijk niet de mogelijkheid om het lichaam van elke speler te monitoren. Oftewel: hoe fit is iemand en hoe zwaar ervaart een speler een training. Om dat met een trucje op te lossen, kun je spelers na afloop van een aantal trainingen een cijfer laten geven tussen een één en een tien als antwoord op de vraag ‘hoe zwaar was de training?’ Geeft de speler een zeven, dan ga je met hem in gesprek waarom hij tot dat cijfer is gekomen en waarom hij geen zes of een acht geeft. Hierdoor krijg je een beeld hoe spelers de training, puur op basis van hun lichamelijke gesteldheid, hebben ervaren. Een speler moet niet elke keer de training als loodzwaar ervaren, maar het is echt niet erg dat spelers soms een tien geven.
Daarentegen is het niet de bedoeling dat spelers de training doorgaans als gemakkelijk ervaren door een laag cijfer te geven. Juist die spelers verdienen extra aandacht. Houd er wel rekening mee dat spelers de ervaren vermoeidheid niet altijd eerlijk zullen aangeven en gebruik dit als slechts een onderdeel van je totale analyse van de vermoeidheid”

Wil je meer weten? Op zaterdag 10 juni '17 start de eerstvolgende -door de KNVB geaccrediteerde- cursus Conditietrainer Voetbal in Zwolle van Start2Move. Daarnaast verzorgt Start2Move o.a. de cursussen Hersteltrainer Voetbal, Testen en Meten Voetballers, Periodisering Voetbal en de nieuwe cursus Video Analist Voetbal. 
Kijk HIER voor meer artikelen van het Trainersmagazine



 

Door Erna Versluis | 18-05-2017


Meer lezen over: Sport