Is vermogen de belangrijkste fysieke factor in de sportwereld?

16 Oct

In sporten waarbij afzetten op een (harde) ondergrond (start-, sprint- en sprongacties) van belang is, is vermogen de belangrijkste fysieke factor. Vermogen wordt in de sportwereld gedefinieerd als de combinatie van kracht en snelheid. ‘Niet de sterkste sporter of de sporter met de grootste spiermassa wint, maar de sporter met het grootste vermogen in relatie tot zijn lichaamsgewicht’. Uiteraard worden techniek en tactiek hierbij buiten beschouwing gelaten, maar daar heb je als fysieke trainer ook weinig invloed op.
 
Helaas is de hedendaagse fysieke training nog te veel en te vaak gericht op het vergroten van de spiermassa (hypertrofie) en de spierkracht. Spieren worden hierbij voornamelijk uitgeput; er worden veel sets en/of herhalingen per oefening gedaan. Dit type training levert vaak (veel) spierpijn op, waardoor het negatief doorwerkt in de eigenlijke sporttrainingen die volgen op de fysieke training. Men kampt met spiervermoeidheid (bijv. zware benen) en optimaal versnellen (sprinten, springen, wenden en/of keren) wordt belemmerd. Goed afgestemde vermogensgerichte fysieke training heeft juist een positief effect op de eigenlijke sporttrainingen. Het type oefeningen, aantal sets en herhalingen, de neuromusculaire aansturing waarbij dezelfde spieren en structuren worden aangesproken als bij start-, sprint- en sprongacties, zorgen ervoor dat er een grote vertaalslag is naar de sportpraktijk.
 
Trainingseffecten
De Olympische halter is zeer geschikt om vermogensgerichte training aan te bieden. Deelelementen uit het Olympisch gewichtheffen inzetten in de fysieke training heeft dan ook een enorme meerwaarde voor onder andere spelsporters, vechtsporters, schaatsers en atleten (atletiek). Bij vermogensgerichte fysieke haltertraining is een goede techniek erg belangrijk, alleen dan wordt het vermogen optimaal getraind. Het zijn immers complexe bewegingen, die op hoge snelheid, uitgevoerd worden. Een fysieke trainer die weet waar het over gaat en de juiste vaardigheden bezit om de oefeningen over te brengen (o.a. door het geven van de juiste voorbeelden) is erg belangrijk. Dit type fysieke training is een specialisme en moet worden gegeven door een specialist. Vermogensgerichte fysieke haltertraining heeft de volgende (prestatie verbeterende) trainingseffecten:
 
1. Verbeterde stabiliteit en mobiliteit
Stabiliteit en mobiliteit zijn belangrijke basisvoorwaarden om kracht te kunnen leveren en om optimaal te kunnen versnellen. Daarnaast hebben ze een blessurepreventieve rol.
 
2.Verbeterde coördinatie
Coördinatie is een voorwaarde voor snelheid. Het op hoge snelheid uitvoeren van complexe bewegingen, waarbij veel structuren en spieren worden ingezet, vraagt een goede coördinatie.
 
3.Verbeteren van (vermogen van) de strekketen 
De strekketen oftewel powerzone bestaat uit de spieren en structuren rondom enkel-, knie- en heupgewricht. De strekketen wordt veelvuldig aangesproken tijdens vermogensgerichte fysieke haltertraining en is van zeer groot belang bij start-, sprint- en sprongacties.
 
4.Toename van de bewegingsefficiëntie

Tijdens complexe bewegingen op hoge snelheid is een optimale aansturing van spieren en structuren vanuit het centraal zenuwstelsel erg belangrijk. Deze zogeheten neuromusculaire aansturing traint men met vermogensgerichte fysieke haltertraining en heeft een grote vertaalslag naar sportacties in de sportpraktijk. De sporter leert letterlijk beter en efficiënter bewegen.
 
5. Toename van de Rate of Force Development (RFD)
De RFD heeft betrekking op hoe snel een sporter kracht kan ontwikkelen. Veelal is er tijdens sportacties weinig tijd om kracht te ontwikkelen, men moet het lichaam of een projectiel zo snel mogelijk kunnen versnellen in verschillende richtingen. Het is dus belangrijk om in zeer korte tijd (veel) kracht te kunnen ontwikkelen, en dus een hoge RFD te hebben. Een hogere RFD correleert doorgaans met snellere sprintsnelheden en grotere spronghoogten. Middels vermogensgerichte fysieke haltertraining neemt de RFD toe. 
 
Bovenstaande 5 punten zijn stuk voor stuk zeer belangrijke trainingseffecten die een grote vertaalslag hebben naar start-, sprint- en sprongacties in de sportpraktijk.
 
Verschil tussen accelereren en maximale snelheid
Een spelsporter, bijvoorbeeld een voetballer, waarvan gezegd wordt dat hij snel is, is hoogstwaarschijnlijk vooral goed in accelereren. Een 100m sprinter die in de top meedraait is snel, hij ligt gemiddeld na 30-50 meter op maximale snelheid en moet dan nog een behoorlijk stuk naar de finish. Op maximale snelheid gelden er andere wetten dan tijdens de start- en acceleratiefase. Tijdens de start- en acceleratiefase duren grondcontacttijden langer en is er meer sprake van een zogeheten pushbeweging. Vermogensgerichte fysieke haltertraining heeft men name een positief effect op de start- en acceleratiefase, op de eerste 10-20-30-40m van een sprint. Een voetballer moet gedurende een wedstrijd veelvuldig sprints trekken, waarbij de gemiddelde lengte van deze sprints zo’n 15 meter is. Hierbij zijn vooral starten en accelereren van groot belang. Vermogensgerichte haltertraining heeft in dit licht dan ook een enorme toegevoegde waarde voor spelsporters.
 
Nu draait het in spelsport (voetbal) natuurlijk niet alleen om rechte sprints van zo’n 15 meter, maar moet er veelvuldig gewend en gekeerd worden. Wenden en keren in de sportpraktijk kent relatief lange contacttijden met de ondergrond (ten opzichte van sprinten op maximale snelheid) en hoge piekkrachten. Het afremmen van eigen lichaamsgewicht en vervolgens weer zo snel mogelijk versnellen in andere richting vraagt om een groot vermogen van de sporter. ‘Fancy’ ladderoefeningen die men vaak voorbij ziet komen in de fysieke/conditie training dragen hier niet of nauwelijks aan bij. De contacttijden in de ladder zijn te kort (er is geen overload) en de bewegingsuitslagen tijdens de ladderoefeningen hebben eerder een negatief dan een positief effect op sportacties waarbij starten, accelereren en wenden en keren centraal staan. Bewegingsuitslagen in zo’n ladder zijn zeer beperkt, terwijl bijvoorbeeld accelereren vraagt om een hoge knie-inzet en een goede heupstrekking. Vermogensgerichte fysieke haltertraining daarentegen kent langere contacttijden, hoge piekkrachten en grote bewegingsuitslagen, waardoor er een overload en een zeer goede vertaling naar de sportpraktijk is.  
 
Tot slot
Veel fysieke trainers werkzaam in het American Football hebben het al omarmt, zij zien het vergroten van het vermogen als belangrijkste doel van de fysieke training. In de meeste andere spelsporten is het niet anders. Vermogen is de belangrijkste fysieke factor. De beste spelers zijn de spelers met het grootste vermogen in relatie tot hun lichaamsgewicht en zijn degenen die het beste kunnen accelereren/versnellen. Hoog tijd dat vermogensgerichte fysieke haltertraining volledig geïntegreerd wordt in de hedendaagse (top)sport! 
 
Wil jij meer leren over fysieke training in de (top)sport? Op zondag 12 november gaat in Culemborg de 2-daagse cursus Fysieke Training in de (top)Sport van Start. De cursus wordt verzorgd door Martijn Hoekstra (ook auteur van deze blog).
 
 

Door Martijn Hoekstra | 16-10-2017


Meer lezen over: Sport, Training, Cursus, Fitness, Health