Conditietrainer Voetbal worden?

21 Jul

Van theorie naar praktijk

Over beweging, inspanning en conditie bestaat een schat aan kennis. De kunst is om die kennis te vertalen naar de praktijk, zegt Jelmer Siemons. Siemons was conditietrainer van sc Heerenveen en is oprichter van opleidingsinstituut Start2Move. “Ook een trainer van een vierdeklasser kan iets hebben aan wetenschappelijke methodes.”
Een gesprek met Jelmer Siemons gaat over meer dan alledaagse voetbalkost. Af en toe komt er een term voorbij waar de gemiddelde trainer niet direct een beeld bij zal hebben. Neem bijvoorbeeld ‘plyometrie’. “Plyometrie is een trainingsvorm ter verbetering van de explosiviteit”, legt Siemons uit. “Je maakt hierbij gebruik van het maximale rekvermogen van de spier. Voor zulke acties is een bepaalde combinatie van kracht en coördinatie nodig. Mits correct uitgevoerd leidt dat tot verbetering van allerlei motorische acties. Een coach van een vierdeklasser zal bij plyometrie wellicht denken: leuk en aardig, maar wat kan ik er mee? Daarom is het belangrijk om het te vertalen naar eenvoudige toepassing op het trainingsveld.”

Theorie naar praktijk vertalen is het leidende principe bij Start2Move. Siemons richtte dit opleidingsinstituut in 2007 op. “Ik begon met het verzorgen van Personal Training en de opleiding Fit!vak Fitnesstrainer A. Sindsdien heeft Start2Move zich als een olievlek uitgebreid. Inmiddels hebben we negen locaties en bieden we zestien verschillende trainingen en opleidingen aan. Inmiddels ben ik zelf met name bezig met het ontwikkelen van nieuwe opleidingen en het management. Samen met een klein team monitor ik de ontwikkelingen en trends op het gebied van fitheid en gezondheid om dit in de lesinhoud te verwerken. Bij enkele cursussen ben ik zelf nog docent: ik wil enigszins met mijn voeten in de klei blijven staan.”



 

Binnen bereik

Een van de trainingen van Start2Move is de tweedaagse curus Conditietrainer Voetbal, die Siemons samen met inspanningsfysioloog Jan van Norel verzorgt. “De cursus is wetenschappelijk en praktisch tegelijk. De trainingsstof is eenvoudig en met minimale middelen toe te passen, maar we vinden het wel belangrijk om cursisten de wetenschappelijke onderbouwing ervan mee te geven. Als je als trainer de gedachte achter methodes kent, weet je wat je doet en ben je in staat om waar nodig maatwerk te leveren.”
Die nuchtere maar doordachte aanpak maakt ‘wetenschappelijk’ conditietrainen bereikbaar voor amateurtrainers. Siemons: “Met weinig middelen kun je veel doen. Om een voorbeeld te geven: ik voetbal zelf bij vierdeklasser HTC in Zwolle. Daar gebruiken we het Polar Team System. Met dit systeem kun je per individu de intensiteit van de training meten, evenals de body impact en hoe trainingen zich ‘opstapelen’. Op basis van die informatie kun je de training verbeteren. Het enige dat je nodig hebt zijn de gratis app en wat hartslagmeters. That’s it.”

Nieuwe cursussen

De eerste editie van de cursus Conditietrainer Voetbal was volgeboekt. Siemons: “Het was een uitdaging om de verwachtingen van alle cursisten in te lossen, want hun achtergronden waren erg divers: van fysiotherapeuten tot (hoofd)trainers. Volgens mij zijn we daarin uiteindelijk goed geslaagd gezien de gemiddelde waardering van een 8,5.”
De tweede editie van de cursus is ook al volgeboekt, wat ertoe heeft geleid dat Start2Move een extra derde editie heeft ingelast. Deze cursus zal plaatsvinden op 13 en 20 juni  in Zwolle. Hier zijn op het moment van schrijven nog enkele plaatsen voor beschikbaar (zie www.start2move.nl). De cursus is erkend door de KNVB en CBV. Na afloop van de cursus ontvangen de cursus 6 KNVB licentiepunten. Siemons: “Daarnaast komen er dit voorjaar twee nieuwe cursussen die interessant zijn voor voetbaltrainers: Conditietrainer Topsport (twee dagen) en Periodisering (één dag).”

Jaar in Friesland

In het seizoen 2013/2014 was Siemons conditietrainer bij sc Heerenveen. “Bij Heerenveen was veel ruimte voor innovatie, ook op conditietechnisch gebied. Ik werkte er samen met Jan van Norel, die nu ook bij Start2Move werkt. In het Topsportlab van Heerenveen hield Jan zich als inspanningsfysioloog bezig met het testen, meten en analyseren van de inspanning tijdens de wedstrijd en de trainingen. Samen interpreteerden we die resultaten, en keken we hoe de training eventueel konden verbeteren. Van die aanpassingen analyseerde Jan vervolgens weer de resultaten. Zo ontstaat er een mooie wisselwerking.”
Siemons werkte ook nauw samen met hoofdtrainer Marco van Basten en de rest van de technische staf. “Ik bepaal natuurlijk niet wie er opgesteld wordt. Maar ik moet bijvoorbeeld wel weten naar welke speelstijl we streven. Elke speelstijl heeft zijn eigen prikkels en bepaald intensiteitsniveau. De conditietrainingen moeten daarop afgestemd zijn.”
Siemons had de selectie van sc Heerenveen vijf keer per week voor zichzelf. Een goed begin is het halve werk, en dus benadrukt hij het belang van een doordachte warming-up. “Een warming-up moet opbouwen naar de training. Dat geldt bijvoorbeeld voor de intensiteit: als de training laag-intensief wordt, moet je spelers van tevoren niet afmatten. Daarnaast kun je de warming-up specifiek laten aansluiten op het type oefening. Als je krachttraining gaat doen, moet je zo opwarmen dat de juiste spieren worden aangesproken. Hoe meer finetuning, hoe minder blessures en hoe beter de training.”

Maatwerk bieden

Conditietrainen is grotendeels een groepsproces. Toch is individueel maatwerk niet weg te denken, zegt Siemons. “Een speler die terug komt van een blessure heeft een individueel traject nodig. Die laat je bijvoorbeeld bepaalde loopvormen uitvoeren die zijn herstel bevorderen. Ook kun je de spelersgroep opdelen in ‘preventieve groepen’ die bijvoorbeeld aangepast zijn op een zwakke enkel of knie.”
“Los van blessures en dergelijke doet het er ook toe hoe ver een speler is in zijn fysiologische ontwikkeling. Als ik in de test- en meetresultaten zie dat een speler overbelast dreigt te raken, laat ik hem de volgende training eerder gas terug nemen. Overbelasting ligt vooral op de loer als spelers overkomen van de A-selectie. Zij moeten overschakelen naar een hogere snelheid en groter aantal handelingen. Bovendien gaan ze in hun gretigheid voluit trainen. Uiteindelijk raakt de accu leeg en vallen ze terug. De conditietrainer moet zo’n speler afremmen door zijn trainingsprikkel te verlagen. Op lange termijn presteert hij dan beter.”
“Er is een spanningsveld tussen overload, oftewel gezonde uitdaging, en overbelasting. Hoe hoger het niveau waarop je traint, hoe dunner de grens met overbelasting is. Ook bij grote clubs is daar nog onvoldoende oog voor. De mentaliteit is vaak: werken voor je geld. Dat begrijp ik wel, maar té hard werkt averechts. Daarom moet je ook terughoudend zijn als spelers een personal trainer willen inschakelen. Als de extra training niet perfect is afgestemd met de geperiodiseerde voetbaltraining, is het risico op blessures groot. Ronald Koeman nam Stefan de Vrij bij Feyenoord niet voor niets zijn aanvoerdersband af toen hij een personal trainer had ingeschakeld.”
Weerstand overwinnen
Als conditietrainer bij sc Heerenveen was Siemons niet de populairste man. “Bij mij moesten de spelers hard werken, daar was wel wat weerstand tegen. Eigenlijk moeten ze niet zeuren: ze krijgen een hoog salaris en niet alles aan je baan is leuk. Maar als je ze dat op strenge toon komt vertellen, werkt dat niet. Ze moeten zelf inzien dat ze jou nodig hebben. Het is een spelletje waarbij je afwisselend de teugels aantrekt en laat vieren.”
“Mijn stijl van lesgeven hangt af van de aard van de oefenstof. Nieuwe oefenstof kun je het beste rustig en geduldig uitleggen. Bij wat ze al kennen is het meer een kwestie van motiveren en vooruitschreeuwen. Daarbij helpt het erg als je als trainer zelf uitstraalt dat je enthousiast bent over wat je doet.”

Afgestemde loopscholing

Eén van de punten die Siemons en Van Norel in de cursus aanstippen, is loopscholing. Daar gaat wel eens iets mis, weet Siemons. “Vaak wordt voor loopscholing een looptrainer van buiten het voetbal ingeschakeld. Zo iemand gaat voetballers hetzelfde trainen als hard- en duurlopers: rechte lijnen, grote passen, de benen hoog heffen, et cetera. Maar zo loopt een voetballer niet: die neemt korte passen, versnelt regelmatig en wendt en keert continu.”
“Bij loopscholing voor voetballers zijn twee dingen belangrijk: frequentie en reactiviteit. Reactiviteit wil zeggen dat de energie die ‘omlaag’ gaat, ook weer ‘omhoog’ moet komen. Je moet dus niet teveel inzakken bij het lopen, maar ook de spieren in je bovenlichaam inzetten. Frequentie gaat over de neurale aansturing van de hersenen naar de zenuwen. Die bepaalt de snelheid van je voetenwerk. Dat kun je trainen door spelers op een loopladder veel in bochten en achterwaarts te laten lopen.”
“Veel trainers laten langere afstanden lopen, bijvoorbeeld honderd meter. Daarmee willen ze de maximale snelheid verhogen. Dat heeft weinig zin, want die afstanden en die maximale snelheid haal je in de wedstrijd zelden. Voetballers hebben meer aan trainen op korte afstanden: 5, 15 en 25 meter. Die kun je verwerken in intervaltrainingen waar bij ze afwisselend rustig lopen en versnellen. Daarmee verbeter je de start- en reactiesnelheid en het versnellingsvermogen.”

Meeleven

Hoewel Siemons geen grote carrière als profspeler heeft gehad, ligt de voetbalwereld hem goed. “Als je bij een club werkt, ben je deel van een groter doel. Je denkt en leeft helemaal mee. Dat is gaaf. Het gaf mij ook veel voldoening als spelers vertelden dat ze zich fysiek voelden groeien. Anderzijds heb je het meeste dat er in een wedstrijd gebeurt niet in de hand. We eindigden dat seizoen 2013/2014 uiteindelijk als zevende. Helaas moest ik toen concluderen dat Heerenveen én Start2Move teveel was. Ik moest een keuze maken en dat werd mijn ‘kindje’. Wie weet kom ik ooit weer bij een voetbalclub in dienst. Het blijft een fascinerend wereldje.” 


bron: TrainersMagazine

Door Elian Goettsch | 21-07-2015


Meer lezen over: Sport, Training, Voetbal